Duurzaamheidscertificaat voor project Warandeberg

Duurzaamheidscertificaat voor project Warandeberg

15.03.2019

Het team Warandeberg zag zijn milieu-inspanningen beloond met een eerste BREEAM-certificaat. Dat label is een belangrijke stap, maar zeker geen doel op zich. Een toelichting.

Het Building Research Establishment (BRE) is de certificeringsinstelling die de Building Research Establishment Environmental Assessment Method (BREEAM) ontwikkelde: een instrument dat de milieuvriendelijkheid van gebouwen beoordelt. De bank deed een beroep op die organisatie om het Warandebergproject te evalueren en de toegepaste good practices te valideren, op basis van zeer strikte criteria. BREEAM is een van de meest gebruikte certificeringen in Europa, met meer dan twee miljoen beoordeelde projecten en maar liefst 600.000 uitgereikte definitieve labels. Het Warandebergproject kreeg onlangs het tussentijdse ‘Design Stage’-certificaat, met bovendien de vermelding 'excellent', die doorgaans slechts 10% van de projecten halen. Het gaat om de eerste van twee stappen op weg naar een definitief label eens alles klaar is.

Een boost voor het imago van de bank …

Maar wat houdt zo’n BREEAM-label nu precies in? Om te beginnen is het een aanzet om milieuverantwoordelijkheid centraal te stellen in je project. "Het vooruitzicht om het keurmerk te behalen moedigt de besluitvormers van in het begin aan om een milieuvriendelijke omgeving te creëren, die ook het welzijn verhoogt van de mensen die er werken of die gebruik maken van de ruimtes, zoals de uitbaters van de handelszaken in het gebouw of gewoon de voorbijgangers. Om succesvol te zijn qua duurzaamheid, is het een breed draagvlak – op lange termijn en bij alle stakeholders – cruciaal voor het project", weet Céline de Bueger. "Het certificaat reikt richtsnoeren aan om alle spelers te responsabiliseren en te stimuleren, op elk niveau en op elk punt in de levenscyclus van het project. Dat kunnen de klanten zijn, de architect, de ingenieurs of de aannemer, maar ook de gebruikers en de onderhoudsmensen."

Bovendien zijn de beoordeelde items transversaal. Ze vereisen de inzet van alle metiers. "De onderzoekers onderwerpen een tiental punten, waaronder management, gezondheid, energie, transport en vervuiling, aan een interdisciplinaire doorlichting. Elke specialist levert een verrijkende bijdrage op zijn niveau, en elk domein verbetert de prestaties van het project. De architect moet aanvaarden dat hij niet meer het enige meesterbrein is, en moet ruimte laten voor collectieve intelligentie ten voordele van het milieu", klinkt het bij Céline de Bueger.

Ten slotte spreekt het voor zich dat het BRE, de organisatie achter de BREEAM-certificering, volledig onafhankelijk is en wetenschappelijk juiste en meetbare criteria hanteert, zodat een BREEAM-label het imago versterkt en het engagement van het project bevestigt in de ogen van het grote publiek.

… maar geen doel op zich

Een keurmerk is goed, maar concrete daden die gunstig zijn voor het milieu en de groepen die het gebouw direct of indirect zullen gebruik, zijn nog beter. Het projectteam wil dan ook niet enkel aan de certificeringscriteria beantwoorden.

Zo besliste het al heel vroeg in het project de Baron Hortastraat terug te geven aan de stad en er een voetgangerslift te installeren, in plaats van een extra ingang naar de parking. In het algemeen belang wordt de straat trouwens volledig omgevormd tot een publieke ruimte.

En ten slotte krijgt het gebouw een STES-systeem (Seasonal Thermal Energy Storage), dat de energie het hele jaar door opslaat in een enorm ondergronds waterreservoir. Zo kun je de lokalen eenvoudig en zuinig verwarmen en koelen.

Al die extra maatregelen hebben weliswaar geen directe invloed op het behalen van een BREEAM-label, maar het zijn sterke signalen die tonen hoe de bank zich inzet voor de samenleving en om de nieuwe maatschappelijke zetel op een duurzame manier in de stad te integreren.

Naar een passieflabel

Al vanaf het begin mikt het projectteam op een Passivhaus-label. Dat is een van oorsprong Duits energiecertificaat op basis van het verwachte verbruik en de voorziene isolatie. Het is veel complexer om zo’n Passivehauslabel te halen dan om te voldoen aan de passiefnorm van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Warandebergproject kreeg al een voorlopig ‘Passivhaus’-label, maar moet dat nog een keer herhalen als de werken klaar zijn.

"We wilden op de marktevolutie anticiperen en verder gaan dan het wettelijke kader. Maar het passiefcertificaat heeft ook invloed op het BREEAM-label en het bevestigt onze bedoeling om zowel onze ecologische voetafdruk als de bedrijfskosten van het gebouw te verminderen", besluit Céline de Bueger.